Betta cf. burdigala “Kubu”

By Stefan vd Voort

Jarenlang zocht ik naar andere schuimnestbouwende betta’s dan B. splendens.  Zonder geluk. Dus het bleef bij het houden van de wildvorm van Betta splendens.  Vorig jaar deed ik al m’n aquaria weg en daarmee was de zoektocht gedaan.  Het begon opnieuw, met maanvissen wel te verstaan die mijn aandacht hadden getrokken maar ik zocht nog een visje en kwam uiteraard weer terecht bij zeldzame, met uitsterven bedreigde betta soorten uit de ‘kleine rode groep.’ Daartoe behoren Betta coccina, B. brownorum, B. tussyae, B. livida, B. rutilans, B. persephone (deze is niet rood gekleurd maar diepzwart met blauwe vinnen), B. burdigala die ik nog niet kende en nog een voor mij onbekende soort tot ik deze betta tegenkwam op internet, B. cf. burdigala ‘Kubu.’ Dit is een nieuwe nog onbeschreven soort die erg lijkt B. burdigala maar naar mijn kennis verschilt door het aantal vinstralen in de rug. (In de rest van dit artikel zal ik naar dit visje verwijzen als Betta burdigala.) Maar er zijn nog meer tot nu toe onbeschreven soorten die tot die groep behoren; Betta sp. Pangkalanbun (Dat laatste staat voor de plaatsnaam waar deze betta’s gevonden zijn) en B. sp. Sukadana.

Opnieuw begon de zoektocht naar een aantal van een van bovengenoemde soorten. Per ongeluk vond ik de naam tegen van iemand uit Nederland op een Duitse website. Via hem kwam ik bij een ander terecht van wie ik nakweek Betta burdigala kon krijgen dus twee stellen werden gekocht.

Betta burdigala

B. burdigala is een kleinblijvende soort die pas vier jaar terug ontdekt is in Kubu. Mijn visjes zijn respectievelijk tussen de 2,5 en 3 cm en bijna helemaal uitgegroeid. Het lichaam is slank gevormd en niet hoog zoals we dat bijvoorbeeld kennen van B. splendens, B. imbellis of B. smaragdina en ze zijn prachtig gekleurd. De rug- en aarsvin loopt als een vaandel uit tot de staartvin welke rond is. De vinnen zijn rood gekleurd met groen/blauw. Het lichaam van een man is over het algemeen donkerbruin maar slaat ineens om naar prachtig helder groen terwijl dit bij de tweede man helder blauw is zoals de stip van B. coccina of B. brownorum. De kop is donkerbruin/donkerrood tot helder rood gekleurd.

De vrouwtjes zijn wat grauwer van kleur, donkerrood en soms met horizontale dwarsbanden op het lichaam zoals we kennen van niet-dominante visjes van het geslacht. De mannen, hetzij ze niet de ‘sterkste’ zijn vertonen bij confretatie dezelfde dwarsbanden. Het vinnenstelsel is nadrukkelijk minder aantrekkelijk dan dat van de mannen B. burdigala. Ze zijn kleiner en lopen niet zo ver uit als de vinnen van de man maar zeker mooi en minder grauw als de vrouwelijke B. splendens. De vrouwen blijven wel iets kleiner dan de mannen. Bij beide geslachten zijn de ogen fel lichtblauw.

Betta burdigala kan met andere betta soorten of apart worden gehouden. Daarbij moet men wel oppassen met welke soorten ze samengehouden worden om kruisen te voorkomen. Muilbroeders en Betta persephone leveren in ieder geval geen problemen op, andere kleine rode betta’s waarschijnlijk wel. Ze samenhouden met visjes uit de Betta splendens groep is ook ten strengste af te raden gezien de aggeressiviteit van die groep.

 Het aquarium

Twee weken van te voren werd de bak ingericht en het water klaargemaakt. Dat laatste is erg belangerijk want deze visjes verlangen zacht en zuur water. De bak waar de twee stellen inzitten is 60 x 30 x 30 met een ingebouwd binnenfiltertje.

Het water werd in het aquarium bereidt met uitgekookte eikenbladeren en turf granulaat wat in het filter gestopt werd met een dun laagje watten erboven voor het vuil. De pH werd teruggebracht naar 5 en de GH naar 1 – 2. De tempratuur word gehouden tussen de 25°C en 27°C, ‘snachts word het iets kouder in de bak wat geen problemen opleverd.

Het water heeft een theekleur gekregen door de turf en de eikenbladeren. Bij deze laatste moet men goed opletten dat ze verwijderd of vervangen worden zodra er een soort van schimmellaagje op de bladeren ontstaat! Dit kan binnen enkele dagen ontstaan. Het is belangerijk wel een klein binnenfilter te gebruiken met een niet al te sterke stroming zodat schuimnestbouwertjes zich prettig voelen en in staat zijn een schuimnest aan de oppervlakte te bouwen.

Biostarter is ook erg handig om voldoende bacteriën te kweken voor de betta’s losgelaten worden.

Als bodem werd pikzwart grind gebruikt. Ook de achterwand is zwart en in combinatie met het theekleurige water geeft dit een schemerig effect wat de vissen op prijs stellen. Teveel licht moet dan ook vermeden worden en kan altijd wat gedimt worden door middel van drijfplanten zoals Salvinia Natas bijvoorbeeld.

De bak werd zo dicht mogelijk beplant voor een aantal redenen. De betta soort komt voor in dichtbeplante plasjes en ondiepe meertjes dus voelt zich zeker prettig met een natuurlijk biotoop idee in het aquarium. De visjes vinden het leuk om overal tussendoor te ‘stuntelen.’ Ten tweede zodat er veel schuilplaatsen aanwezig zijn  voor als de betta’s elkaar najagen en elkaar niet constant tegenkomen.

Gekozen werd voor sterke planten gezien het zure water zoals javavaren, grote en kleine anubia’s, gigantische dotten javamos (als u ze iets uitelkaar trekt kunnen de visjes er goed schuilen en doorheen), een eikenbladvaren van Sumatra en als drijfplant de hard groeiende Salvinia natas, beter bekend als het vlotvarentje.

Een stuk kienhout werd gebruikt om de grote anubias op z’n plaats te houden en door de bak heen staan takjes kienhout zodat het eruit zit alsof ze toevallig zijn blijven hangen op die plek om het een biotoop-achtig effect te geven.

Eindelijk kon het viertal visjes gehaald geworden en in het aquarium losgelaten worden. Alles werd rustig bekeken en grondig onderzocht door de vier B. burdigala. Tegen alles werd door een man gepronkt, of het nou een blad of z’n eigen schaduw was, alles moest eraan geloven. Een erg grappig gezicht een uitsloverig visje.

Al snel namen de twee mannen een stuk van het aquarium in, een links en een rechts. Een man was al iets groter en samen met een vrouw een kweekstel en duidelijk de dominantste van de twee mannen.

Voor ik verder ga is het misschien wel handig om uit te leggen dat de meeste andere betta soorten niet het aggeresieve gedrag vertonen wat de mannen van B. splendens vertonen tegen elkaar. Naar mijn kennis is dit alleen zo bij de B. splendens groep die verder bestaat uit B. imbellis en B. smaragdina. B. rutilans vertoont ook dergelijk gedrag maar dan tegen alles wat de naam ‘rutilans’ draagt. Men kan dus gerust meerdere mannen samen houden zonder problemen.

Mijn Betta burdigala man bleef maar achter de ander aanjagen maar alleen hij ze elkaar toevallig tegenkwamen, hij ging niet op zoek naar de ander. Ik besloot het even aan te kijken omdat de opgejaagde vis zich af en toe toch stevig verweerde tegen de grotere betta. Het zijn absoluut geen bijt-vissen maar toch was een man een hapje uit de staartvin kwijt door de manouveres die hij uitvoerde tijdens het opgejaagd worden dus ik besloot de dominante man wat ‘te doen’ te geven.

Bij de vorige eigenaar had ik een schuimnest gezien in een drijvende legen plastic voerpot of iets dergelijks. Rechts kwam er zo eentje in het water en links een zwart fotohulsje waarvan de bodem verwijderd was. Het hielp niets, het fotohulsje werd hevig verdedigd en van de gele veel grotere huls wouden ze niets weten dus die werd vervangen door een tweede fotohulsje. Het werd alleen maar erger want nu had het dominante visje ze alle twee ingepikt! Het hulsje werd weer verwijderd en nog meer flinke dotten javamos aangeschaft, het gaf meteen resultaat. De ene betta bleef steevast z’n hulsje verdedigen en de andere had genoeg schui